|
La plongée dans la cuisine
Subgroep van Duikvereninging “de Kruikeduikers”
|
|
Jan in de zak
Ingrediënten: 300 gr. Bloem 1 ei Zout 150 gr. Rozijnen 150 gr. Krenten 150 gr, sucade 25 gr. Verse gist 2 dl. Melk Boter Suikerstroop
Bereiding: In Overijssel werd vroeger op kerstavond worstpannenkoeken en op eerste kerstdag een snij- of witte bonenstampot gegeten. Jan in de zak werd als dessert geserveerd.
Jan in de zak is een heel oud boerengerecht, en heet ook wel poffert, bofferd ketelkoek of broeder. Het werd alleen bij koud weer gegeten omdat het zwaar op de maag lag, maar het had wel een verwarmend effect. Dat was precies wat men nodig had op de boerderij in de koude winterdagen.
Zeef de bloem en het zout in een kom. Verwarm de melk tot 40°C, los de gist erin op en roer er de suiker door. Laat de gistoplossing enige tijd op een tamelijk warme plaats staan ( er moeten zich bovenop het mengsel belletjes vormen) maak een kuiltje in de bloem en doe er het gistmengsel en het ei in.
Roer met een mixer, voorzien van deeghaken, een glad en klontvrij beslag van. Kneed de rozijnen, krenten en sukade erdoor. Dek de kom af met een vochtige theedoek en laat het op een tamelijk warme en tochtvrije plaats een uur rijzen.
Bereiding: Spoel een linnen theedoek in warm water en bestrooi de bovenkant met bloem. Leg de deegbol op de doek en bind deze met een touwtje dicht. Zorg ervoor dat er in de doek voldoende ruimte overblijft, zodat het deeg nog kan rijzen. Leg de doek met het deeg op een bord in een pan kokend water.
Sluit de pan en kook de jan in de zak in ongeveer 2 uur gaar. Steek , om te zien of het gaar is, een breinaald in het brood; deze moet er schoon en droog uitkomen. Verwijder dan de doek en laat de jan in de zak even uitdampen.
Serveer de jan in de zak in dikke plakken en serveer deze met roomboter en stroop. |